In heel Azié leven op dit moment nog zo'n 5.000 - 7.000 tijgers in het wild.
Ze kunnen in vijf ondersoorten worden onderverdeeld:
de Bengaalse, de Sumatraanse, de Indo-Chinese, de Chinese en de Siberische tijger.
De afgelopen eeuw zijn drie van de oorspronkelijke acht ondersoorten verloren gegaan:
de Kaspische, de Javaanse en de Balinese tijger.
De Chinese tijger staat op dit moment hetzelfde lot te wachten.
Tijgers staan bekend om hun vrijpartijen.
Het grootste deel van het jaar leven ze alleen,
maar als ze een partner hebben gevonden doen
ze het soms wel honderd keer achtereen.
De tijger wordt niet alleen om zijn mooie vacht gedood.
Een andere reden is het gebruik van lichaamsdelen in medicijnen in veel Aziatische landen.
Veel Aziaten geloven dat je door het gebruik van deze medicijnen iets van de kracht van de tijger overneemt.
Tijgerbotten brengen de stroper maar liefst 200 dollar per kilo op en een tijger heeft al gauw 15-20 kilo aan botten.
Zij kunnen met een dode tijger al gauw 10 jaarsalarissen verdienen. Daarvoor willen sommigen zelfs hun leven riskeren.
In China brengen de medicijnen die men maakt van de verschillende lichaamsdelen van een tijger wel 75.000,00 op!
Maar er is nog hoop, sommigen vechten terug en worden "maneater".
De beroemde Britse tijgerjager Jim Corbett (waar een tijgerreservaat en een ondersoort van de tijger naar is genoemd) heeft jaren in India en Nepal de zogenoemde 'maneater van Champawat' gevolgd en al die tijd bleef deze tijgerin slachtoffers maken. Toen ze na 4 jaar speuren werd neergeschoten had ze zeker 436 Indiers en Nepalezen verscheurd, nog steeds een record.